Inleiding

Bernadette uit 4 mavo – volgens haar docenten dreigt ze met grote waarschijnlijkheid te zakken – vertelt:
‘Nou, ’t was eigenlijk … nooit wat doen … niet leren … niet opletten in de klas … en dan uiteindelijk de laatste week aan ’t eind van de proefwerkweek snel gaan leren zodat je al je cijfers even snel ophaalt en dat je precies de drie vijven had die je mocht staan en dan ging je net aan over.’

Over Joey (2 havo) schrijft de teamleider:
‘Joey staat momenteel, samen met zijn vriend R, onder streng toezicht van A en mij. Zijn gedrag uit zich in pesten en schelden tegen leerlingen, ongeïnteresseerde en laconieke houding naar docenten toe en zij verpesten een beetje de sfeer in de klas. Joey zijn cijfers gaan ook niet zo goed.’

Laura (vorig jaar 4 vwo, dit jaar 5 havo) zegt:
‘En eh … vorig jaar waren er dingen aan de hand, deed ik gewoon niks, en eh … de motivatie was gewoon weg.’

Herkenbaar? Jeuken je vingers om deze jongeren te helpen met hun motivatie maar weet je niet hoe? Ben je vakdocent, mentor of op een andere manier begeleider van leerlingen? Heb je weinig tijd?

Dan is dit boek geschreven voor jou! Ik heb mijn ervaringen als biologiedocent, mentor, schoolcounselor en trainer geïntegreerd met de kennis uit wetenschappelijke hoek over motivatie en leren leren. Wat kun je, in de beperkte tijd die je als docent of mentor hebt, toch doen, zeggen of vragen om de niet-gemotiveerde leerling op weg te helpen om weer voldoende gemotiveerd aan de slag te gaan? Dit boek beantwoordt die vraag, weinig theoretisch en vooral wel praktisch! Je kunt dit boek in korte tijd lezen en dezelfde dag nog toepassen. Dan ga je merken dat de leerlingen er vrolijker en actiever van worden. Ze gaan meer leren, waardoor je je als docent of begeleider een stuk prettiger voelt. Je gaat met meer plezier naar school en hebt meer energie over als je thuiskomt.